mobile-menu facebook twitter youtube

Het verplichte thuiswerken is niet meer. Momenteel mogen we weer naar kantoor, indien gewenst natuurlijk. Zullen we de draad simpelweg weer oppikken of gaat de gemiddelde werkweek er helemaal anders uitzien? 

Crisistijden zorgen ervoor dat verschillende zaken – waar soms vastgeroeste gewoonten uit voortkomen –vanuit een nieuw perspectief kunnen bekeken worden. En het is vooral ons werkritme dat sinds de coronacrisis behoorlijk door elkaar is geschud. Het klassieke 9-to-5-model, op kantoor van maandag tot vrijdag, zal volgens velen vervagen of zelfs verdwijnen. 

De hele maatschappij, waaronder dus ook het bedrijfsleven, logde dik anderhalf jaar geleden online in en bleef daar grotendeels vertoeven. Zullen we blijven inzetten op deze connectiviteit en virtuele relaties? En worden we er nog wel gelukkig van, zo vijf dagen per week doorbrengen op kantoor? 

Uit recent onderzoek blijkt dat slechts 54 procent van de Belgen hun werk graag doet. Dat is niet bijster veel. Een groter gevoel van autonomie zou dit percentage kunnen opkrikken, en misschien biedt de nieuwe manier van werken, postcorona, wel de oplossing. In de kern van deze ‘new way of working’-context staat het woord ‘hybride’. Zowat overal oppert men dat het klassieke werkmodel zal evolueren naar een hybride variant. Dit houdt in dat de dominante positie van het kantoor zal afzwakken en aangevuld zal worden met thuiswerken. 

De meeste mensen zullen naar schatting nog maximaal drie dagen per week aanwezig zijn op kantoor. Dat houdt in dat de fysieke werkplek een andere invulling krijgt. Het kantoor wordt een eerder overkoepelend orgaan waar de verschillende afdelingen, bezoekers en klanten met elkaar in dialoog kunnen gaan. Werk dat zelfstandig dient aangepakt te worden kan evengoed van thuis uit. 

Hybride slaat niet enkel op de mix tussen kantoor en thuiswerk maar ook op de multifunctionele inzetbaarheid van de beschikbare ruimte. Op deze manier kan het bedrijf bijvoorbeeld besparen door de oppervlakte van het kantoor te laten krimpen. Dat wil zeggen dat in sommige bedrijven de werknemers hun vaste plek zien verdwijnen. Zo kan één specifieke kantoorruimte bijvoorbeeld enkel dienen om vergaderingen of brainstorms te voeren, een andere ruimte zal dan weer enkel dienen om potentiële klanten te ontmoeten, en nog een andere dient louter ter ontspanning. Zowel de werknemer als de ruimte zelf zullen zich dus moeten aanpassen. 

Plaatsonafhankelijk werken behoort ook tot het hybride model. Mensen willen vrijheid, kiezen hoe en waar ze hun werk uitvoeren hoort daar ook bij. Omdat we niet meer verplicht zullen zijn om steeds op dezelfde plaats te werken krijgen we een groter gevoel van autonomie, wat de werktevredenheid enkel maar ten goede zal komen. Het menselijke en de individuele noden van de werknemer zullen meer centraal komen te staan. Zullen we dan eindelijk de gulden snede vinden in die zoektocht naar de ideale werk-privébalans? 

Want in plaats van twee aparte werelden vormen werk en privé nu samen een geheel. Dit kan heel harmonieus verlopen, maar het kan ook leiden tot complete chaos. Plannen is dus de boodschap. Je kunt dus gerust een uurtje vroeger stoppen om je kind op te halen aan de schoolpoort, om nadien dat uurtje weer in te halen in de kalmte van de avond.

Daarnaast zullen ook op kantoor de grenzen vervagen. Om de werksfeer positief te beïnvloeden zal er extra worden ingezet op ontspanning. Zo zullen heel wat kantoren meer inzetten op gezellig aangeklede ruimtes, koffiehubs en sportzalen waar men tijdens de middag even kan ontspannen. 

Velen zeggen dat de klassieke werkweek eigenlijk al lang gedateerd was. De pandemie was de katalysator om eindelijk die broodnodige ommezwaai te maken. Drie dagen op kantoor en twee dagen van thuis uit zal volgens velen de nieuwe norm worden. Indien het hybride werksysteem goed gehanteerd wordt, zullen werk en privé perfect op elkaar afgestemd kunnen worden. Hierdoor evolueren we steeds verder naar een wereld waar niet enkel werken maar leven centraal zal staan.